Chapter 2: Ons zonnestelsel en de aarde

In dit tweede hoofdstuk gaat het over ons zonnestelsel en de aarde. In specifiek hoe dat ontstond.  Bij dit hoofdstuk behoort er één threshold (Earth & Solar System). Het hele hoofdstuk gaat dus over deze threshold. Hieronder wordt weer besproken wat de ingrediënten en goldilocks waren om een nieuwe complexiteit te vormen.

Sinds de oerknal, is het universum steeds meer aan het groeien en uitbreiden. Het ontstaan en doodgaan van sterren laten een nasleep van sterrenstelsels, planeten en levende organismen achter.


Threshold 4: De aarde en het zonnestelsel

Bij deze threshold zijn er drie ingrediënten. Dat zijn nieuwe chemische elementen, wolken van chemie rijke materie en het vormen van nieuwe sterren.  Dit is al besproken in het vorige hoofdstuk.  De goldilocks voorwaarden zijn zwaartekracht, aangroei en willekeurige botsing. . De nieuwe complexiteit die ontstond was dus dat het astronomische lichaam chemisch rijker was dan sterren en dat er meer complexe structuren ontstonden. 

Er begonnen dus planeten te ontstaan door deze ingrediënten en de goldilocks. Door het ontstaan van de zon konden er ook planeten ontstaan. De zon ontstond doordat er een gigantische stofwolk in de melkweg was. Deze ontplofte en er ontstond kernfusie. Die fusie heette zonneschijn en dat vormde de zon. Sommige materie ontsnapte. De hitte van de zon dreven de elementen helium en zuurstof het verst weg.  Het proces van aangroeiing stond daarna centraal bij de vorming van (solide) planeten die uit zwaardere elementen bestaan. Hierbij hechtten stoffen, atomen en moleculen zich aan elkaar. De zwaardere elementen werden Mercurius, Venus, Aarde en Mars.

De aarde is dus ontstaan uit zwaardere elementen. Hierdoor is de aarde in lagen opgebouwd. Er zijn 3 lagen: de aardkern, de aardmantel en de aardkorst. De aardkern bestaat uit de zwaardere elementen de aardkern ontstond doordat zwaardere elementen naar de kern zonken en lichtere elementen gingen juist naar het oppervlak. De aardmantel bestaat uit lichtere elementen. De lichtste elementen zweefde dus naar het oppervlakte, waar ze koelden tot de aardkorst.

Op de aardkorst is er platentektoniek. Hierdoor zijn er continenten ontstaan en vinden er aardbevingen en vulkanen plaats.  De platen bewegen doordat er conventionele stromingen zijn in de aardmantel.  De gevolgen hiervan zijn dus dat de continenten uit elkaar drijven. Het lava komt naar boven, koelt af en duwt de oceanische aardkorst uit elkaar. De aardkorst groeit aan en verdwijnt. Hij verdwijnt bij oceanische stukken en groeit aan bij continentale stukken.